Kennelijk onredelijk ontslag
Onredelijk ontslag
Een werkgever moet een goede reden hebben om iemand te ontslaan.
Ontslag kan bijvoorbeeld plaatsvinden in verband met het
disfunctioneren van een werknemer of op grond van bedrijfseconomische
omstandigheden. De werkgever moet vervolgens een ontslagvergunning
aanvragen bij het UWV WERKbedrijf, voorheen het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Het UWV WERKbedrijf
beoordeelt of er sprake is van een geldige reden tot ontslag. Wanneer
de vergunning is verstrekt en de werkgever heeft zich gehouden aan de
opzegtermijn, kan de arbeidsovereenkomst worden opgezegd.
Kennelijk onredelijk ontslag
Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij de werkgever alle
voorschriften in acht heeft genomen, maar het ontslag toch als
“kennelijk onredelijk” wordt gezien. Dat wil zeggen situaties, waarbij
een redelijk handelend mens niet tot opzegging zou zijn overgaan.
Een ontslag is “kennelijk onredelijk” wanneer:
- er geen reden voor het ontslag is opgegeven
- er voorgewende of valse redenen opgegeven zijn
- de kans op een nieuwe baan voor de werknemer zo klein is, dat de
gevolgen van het ontslag voor hem zwaarder wegen, dan het belang dat de
werkgever heeft bij de beëindiging
- de werkgever het afspiegelingsbeginsel (tot 2006 het dienstjarenbeginsel), heeft geschonden
- het ontslag het gevolg is van werkweigering op grond van ernstige gewetensbezwaren
Schadevergoeding
Bij een kennelijk onredelijk ontslag kan de werknemer naar de rechter
stappen. Hij moet dan bewijzen, dat het ontslag onredelijk is en die
onredelijkheid moet voor iedereen duidelijk zijn. Het verzoek tot
schadevergoeding moet binnen 6 maanden na datum van de beëindiging van
de arbeidsovereenkomst ingediend worden.
Krijgt de werknemer gelijk, dan zal de rechter de werkgever veroordelen
tot het betalen van een schadevergoeding. Deze schadevergoeding zal de
rechter naar billijkheid vaststellen. De werknemer is niet verplicht de
omvang van de schade aan te tonen.
De hoogte van de schadevergoeding is mede afhankelijk van de:
- duur van het dienstverband
- leeftijd van de werknemer
- hoogte van het salaris en andere emolumenten
- (voorzienbare) schade die de werknemer lijdt
Sinds oktober 2008 hanteert het Haagse gerechtshof de kantonrechtersformule verminderd met 30 procent bij kennelijk onredelijk ontslag zaken. Het Hof is van mening dat zij door middel van de C-factor voldoende rekening kan houden met relevante omstandigheden.
Ontslag ongedaan maken
Wanneer er sprake is van een onredelijk ontslag kan de werknemer een
schadevergoeding toegewezen krijgen. De werknemer kan echter ook
proberen het ontslag ongedaan te maken. Hij moet dan een verzoek tot
herstel van de arbeidsovereenkomst indienen bij de rechtbank. Hiervoor
geldt ook de termijn van 6 maanden na datum van de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst. Na deze termijn is de vordering verjaard.
Een werkgever kan door de rechter verplicht worden tot herstel van een
arbeidsovereenkomst. Hij moet dan voor een bepaalde datum met de
werknemer een arbeidsovereenkomst aangaan, tegen dezelfde voorwaarden
als voorheen of tegen door de rechter bepaalde voorwaarden. De
werkgever kan deze verplichting echter ook afkopen. De hoogte van de
afkoopsom staat vermeld in het vonnis of wordt op verzoek van de
werkgever door de rechter vastgesteld.
Zoek hulp en advies
Bij een kennelijk onredelijk ontslag situatie is het zeer verstandig om
hulp in te roepen om u bij te staan
met de hoeveelheid vragen die dan op u afkomen.