Arbeidsverleden
Voor de berekening van uw WW-uitkering moet u weten wat uw arbeidsverleden is. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen uw feitelijke en uw fictieve arbeidsverleden.
Feitelijk arbeidsverleden
Uw feitelijke arbeidsverleden is het aantal jaren dat u daadwerkelijk gewerkt hebt. Hierbij wordt gekeken naar de laatste vijf voorafgaande jaren, waarin u ten minste 52 dagen per jaar in loondienst bent geweest. Het jaar waarin u werkloos werd, telt niet mee.
Fictief arbeidsverleden
Om uw fictieve arbeidsverleden te bepalen moet u de jaren tellen vanaf het jaar dat u 18 bent geworden tot en met 1997. Het maakt daarbij niet uit of u in die periode wel of niet gewerkt hebt. Het fictieve arbeidsverleden telt alleen mee als u een arbeidsverleden hebt van 4 jaar in de laatste 5 voorgaande jaren (jareneis).
Totale arbeidsverleden
Uw totale arbeidsverleden krijgt u door uw feitelijke en uw fictieve arbeidsverleden bij elkaar op te tellen. Voor ieder jaar van uw totale arbeidsverleden krijgt u een maand WW-uitkering. Hierbij geldt een maximum van 38 maanden.
Bijzondere jaren in uw arbeidsverleden
In bepaalde situaties mag u (delen van) jaren meetellen voor uw arbeidsverleden:
- U hebt voor een kind jonger dan 5 jaar gezorgd.
- U hebt voor een zieke of gehandicapte gezorgd.
- U hebt onbetaald verlof opgenomen.
- U kreeg een volledige WIA- of WAO-uitkering.
- U hebt in andere landen gewerkt.




